
Wanneer de Tijd Even Stilstaat
Zomerequinox
Voor de oude volkeren van Europa was tijd geen rechte lijn, maar een wiel dat door de seizoenen rolde, een eeuwige cirkel van donker en licht, van rust en groei. Rond de lente-equinox, wanneer dag en nacht in perfecte balans stonden, leek dit wiel even stil te staan. De zon stond precies boven de evenaar, de aarde hield haar adem in en het leek alsof de wereld zelf een moment van evenwicht vond. In deze korte pauze voelde men dat de winter definitief wijkt en dat het nieuwe leven zich aandient. Het was het moment van Ostara, het feest van de lentegodin Ēostre, een tijd van hergeboorte, vruchtbaarheid en hoop, waarin de energie van de natuur zich opnieuw ontvouwde en de aarde haar belofte van groei gaf.
De eerste tekenen van ontluikend leven waren overal zichtbaar. Knoppen braken uit hun schors, sneeuwklokjes staken hun witte kopjes boven de grond, en vogels keerden terug uit het zuiden. Groenblijvende planten symboliseerden standvastigheid, maar juist de tere scheuten en de eerste bloemen vertelden van de kracht van het nieuwe begin.
Paaseieren waren oorspronkelijk geen zoetigheid, maar tekens van vruchtbaarheid en overvloed, kleine capsules van leven die herinnerden aan het voortdurende ritme van het jaarwiel. De haas, snel en vruchtbaar, werd een boodschapper van de godin, die de belofte van overvloed en nieuwe kansen met zich meedroeg.
De equinox zelf, het precieze moment van balans, werd door onze voorouders beschouwd als een poort tussen werelden. Zoals bij de winterzonnewende het Joelwiel even stokte, zo voelde men ook bij de equinox de aarde stil en luisterend. Het was een tijd om intenties te zaaien, zowel in de akkers als in het eigen leven. Men sprak rituelen uit om de balans in de natuur en in de gemeenschap te eren, want waar evenwicht heerst, kan vruchtbaarheid bloeien. Licht en vuur begeleidden deze viering: kleine vuren op heuveltoppen en brandende fakkels symboliseerden de terugkeer van de zon en de kracht van groei. Kaarsen in huizen en tempels weerspiegelden de hoop en de energie die opnieuw door het land stroomde.
Ostara was een tijd van verbinding en reflectie. Men gaf dank voor het einde van de winter, voor het ontwaken van de aarde en voor de overvloed die het leven belooft. Het zaaien van zaden werd een ritueel van manifestatie, een manier om de toekomst letterlijk en symbolisch te planten. Men hield balans tussen licht en donker, winter en lente, oud en nieuw, en zo weerspiegelde het feest de cyclische natuur van het jaar.
Vandaag de dag nodigt Ostara ons nog steeds uit om te vertragen en te observeren. De bloeiende bloemen en het ontkiemende groen zijn een echo van eeuwenoude rituelen, van een tijd waarin mensen vol ontzag wachtten op het eerste teken van nieuw leven. Het feest herinnert ons eraan dat de wereld haar cycli heeft, dat balans de bron van groei is, en dat licht en vruchtbaarheid altijd terugkeren. Wie deze dagen bewust doorbrengt, voelt het wiel van de tijd draaien en kan, zoals de voorouders deden, haar eigen intenties zaaien terwijl de aarde haar beloften vervult.